Deconsolidatie De Lijn: de vlucht vooruit.

De Vlaamse regering publiceerde op 10 juli een conceptnota[1] die een piste beschrijft om te komen tot de deconsolidatie[2] van de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn NV, waardoor deze de mogelijkheid verkrijgt om externe financiering aan te trekken zonder de begroting van de Vlaamse overheid te belasten. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een zinnetje uit het Vlaamse regeerakkoord van oktober 2019. Het is altijd al de natte droom van politici geld te kunnen uitgeven zonder beperkend kader, ook al is het maar tijdelijk.

 

Ei van Columbus?

Om een overheidsonderneming buiten de overheidssector te klasseren, moet volgens Eurostat[3] het merendeel (minstens 50 %) van de productiekosten[4] wordt gedekt door inkomsten gegenereerd via de verkoop van producten. Overheidsdotaties die direct gekoppeld zijn aan het volume of de waarde van de output (b.v. in geval van openbaar vervoer subsidies die direct gekoppeld zijn aan het aantal verkochte vervoersbewijzen) mogen als verkoopinkomsten worden beschouwd. Dit principe en ook het voorbeeld staan letterlijk in het handboek van Eurostat[5].

Daarom besluit de werkgroep dat “door een deel van de huidige vaste compensatie[6] te vervangen door een variabele vergoeding (prijssubsidie) die wordt toegekend direct in functie van het werkelijk reizigersvolume kan De Lijn aan de minimaal benodigde 50% voldoen. Dit sluit aan bij de filosofie van het decreet Basisbereikbaarheid, die aanstuurt op een meer vraaggestuurde werking van De Lijn, waarbij dus ook de financiering van De Lijn deels afhankelijk kan gemaakt worden van de reële vraag”.

Blijkbaar heeft Vlaamse administratie een werkgroep ondersteund door externe specialisten van KPMG en Eubelius nodig om te lezen wat open en bloot in het handboek staat.

Om die “vondst” toe te passen is het op de eerste plaats nodig om het aantal reizigersritten exact te bepalen. Op de tweede plaats moet een vergoeding per reizigersrit worden gekozen die er zeker voor zorgt dat de som van de eigen ontvangsten en de variabele overheidsdotatie meer dan 50 % van de exploitatiekosten dekt. Die vergoeding per reizigersrit moet van tevoren vastliggen. Vermis de realiteit niet perfect voorspelbaar is, moet die overheidsvergoeding per reizigersrit “zo te worden bepaald dat een zekere buffer ontstaat om fluctuaties en potentiële tegenvallers in de exploitatie op te vangen. Zo kan worden vermeden dat de minimum kostendekkingsgraad niet behaald zou worden en De Lijn opnieuw wordt geconsolideerd”.

 

Timing deconsolidatie

“Het INR gaat over tot beslissing van deconsolidatie op basis van feitelijkheid. Dit betekent dat zij postfactum de situatie beoordelen en dan overgaan tot de beslissing of een entiteit gedeconsolideerd is. Indien een entiteit voldoet aan de vereisten om als marktproducent te worden beschouwd, en dus over datzelfde jaar meer dan 50% van de productiekosten afdekt met marktinkomsten, wordt zij statistisch buiten de sector overheid ondergebracht.

Deze analyse gebeurt dus over een heel boekjaar. Concreet betekent dit dat de deconsolidatie zou kunnen ingaan vanaf 1 januari 2022. De analyse over het boekjaar 2022 gebeurt vervolgens begin 2023”.

“Het opzet van deze conceptnota is vooraf voldoende zekerheid te bekomen door het nieuwe financieringsmechanisme voorafgaand voor te leggen aan het INR. Het INR kan er vervolgens al dan niet voor opteren om het dossier voor te leggen aan Eurostat”. Er zou al een informele toetsing hebben plaatsgevonden met het INR.

 

Tussen droom en realiteit

De ervaring leert dat men beter geen huizen bouwt op (informele) adviezen van het INR. In het verleden heeft Eurostat al beslissingen van het INR teruggedraaid. Uiteindelijk zal Eurostat deze poging tot deconsolidatie beoordelen en kan men beter daar advies vragen.

De conceptnota gaat niet in waarom voor 2002 de regionale vervoersmaatschappijen[7] niet werden geconsolideerd. Enkele jaren geleden heeft de MIVB ook een denkproces doorlopen om na te gaan of investeringen konden worden gedeconsolideerd. Ook daarvan geen spoor in de nota.

Zoals de nota open en bloot zegt: het gaat om louter technische aanpassing van de financieringsregeling met als doel de deconsolidatie van De Lijn. Intrinsiek verandert er niets, nog aan de werking van De Lijn, nog aan situatie van de Vlaamse overheidsfinanciën inclusief De Lijn. Waarom zou Eurostat die truc van de foor (die MIVB en TEC ook vlug zouden gaan toepassen) zo maar laten passeren?

Dat de deconsoldatie zou kunnen ingaan vanaf 2022/2023 is niet realistisch. Het berust op een selectieve lezing van het handboek[8]. Normaal moet voor beslissing tot deconsolidatie minstens drie jaar aan de 50%-regel voldaan zijn.

 

Praktische bezwaren

De jongste jaren slaagt De Lijn er niet in om betrouwbare reizigersaantallen te publiceren. We nemen aan dat dit oplosbaar is.

Thans is kostendekkingsgraad van De Lijn ongeveer 20 % en worden 80 % van de productiekosten gedekt door exploitatiesubsidies. Om aan de 50 %-regel te voldoen en een buffer in te bouwen moet de helft van die 80% exploitatiesubsidies worden omgezet in vraag gerelateerde subsidies. Dat betekent dat onvoorzienbare vraagfluctuaties, zoals dit jaar naar aanleiding van de Coronacrisis grote effecten kunnen hebben.

Als De Lijn moet lenen op eigen kracht – volgens de conceptnota zou dat zonder gewestwaarborg moeten gebeuren- dan zal er een hogere rente moet worden betaald dan die van de Vlaamse gemeenschap[9]. Die rente-uitgaven verhogen de productiekosten en zullen via latere overheidssubsidies moeten worden gedekt[10]. Deconsolidatiemaneuvers zijn op termijn per saldo niet kosteloos. Dat is bij de zogenaamd publiek-private samenwerking ook meestal het geval.

 

Verbeelding werkt?

“Het huidige logo voor Vlaanderen verbeeldt de mens als maker, ruimdenkend, met open blik, recht in de ogen kijkend. Ontembaar, gedreven door onze verbeelding en talent, bekijken we zaken vanuit een verrassend perspectief en brengen we vernieuwing, in zelfvertrouwen en rust”. De verbeelding die wordt gestalte geven in de conceptnota deconsolidatie De Lijn is noch ruimdenkend, noch verrassend, noch vernieuwend. Klasseer dit maar bij de onzin.

 

[1]  MEDEDELING AAN DE VLAAMSE REGERING, Betreft: Conceptnota deconsolidatie en externe financiering De Lijn, VR 2020 1007 MED.0237/1BIS.

[2] In het begrotingsjargon betekent consolidatie dat de uitgaven, ontvangsten en schulden van een instelling worden samengevoegd met die van de overheid. Of de Vlaamse overheid of de instelling de uitgave doet, maakt dan niet voor het begrotingssaldo. Deconsolidatie of wat vroeger debudgettering werd genoemd, houdt in dat de uitgaven van die instelling voor zover ze door leningen worden gefinancierd en niet door overheidssubsidies het begrotingssaldo niet (direct) belasten. Voor zover de betrokken instelling in de toekomst niet voldoende eigen middelen vergaard, zal de overheid met verhoogde subsidies de rentelasten + aflossing van de leningen moeten dekken. In deze context brengt deconsolidatie louter tijdelijk soelaas voor het begrotingssaldo (de overheidsschuld).

[3] Eurostat is het statistisch bureau van de Europese Unie dat onder meer is belast met het bewaken van de kwaliteit van de overheidsrekeningen en schuldgegevens in kader van Europees Stabiliteits-en Groeipact. De tegenhanger op Belgisch niveau is het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR).

[4] Productie- of exploitatiekosten.

[5] Eurostat, Manual on Government Deficit and Debt IMPLEMENTATION OF ESA 2010, 2019 edition.

“1.2.4 Concept of a market or non-market institutional unit

1.2.4.3 THE QUANTITATIVE MARKET/NON-MARKET TEST (p.24)

51.To be considered as market, a producer must sell its products at an economically significant price, which, in practice, would be assessed through whether the sales of the producer cover a majority of the production costs. In distinguishing market and other non-market producers a quantitative market/nonmarket test (50 % criterion) is used, comparing ‘sales’ and ‘production costs’.

52.‘Sales’ of goods and services according to ESA 2010 paragraph 20.30 and ESA 2010 paragraph 3.33 correspond to sales receipts plus all payments made by general government or the Institutions of the EU(27) and granted to any kind of producer engaged in the same type of activity. Other sources, such as for example holding gains, dividends, investment grants or other capital transfers, must not be considered in this notion of ‘sales’. Sales do not take into account taxes on products (D.21) and also own-account production is not considered as part of sales in this context. In order to be assimilated to ‘sales’, these payments (to which any producer of the same activity should be entitled) must be directly linked to the volume or value of the output, and not only because the producer is engaged in such production. For example, in respect of public transport, government could choose to pay subsidies based on the number of tickets sold, such that the subsidies paid would vary directly with usage and cover the gap between the price charged to users (generally restrained by government) and the costs for the corresponding output. On the contrary, payments made to a producer irrespectively of the actual amount of tickets sold to final users, under the form of a global lump sum to cover operating deficit resulting for the insufficient coverage of costs by pricing, would not be added to the sales for the 50 % criterion. In practice, the payments included in the notion of ‘sales’ are labelled subsidies on products (D.31), defined in ESA 2010 paragraph 4.33 as payable per unit of a good or service produced or imported. ESA 2010 paragraph 3.33 (a), however, specifies explicitly that the payments made by general government to cover an overall deficit of public corporations and quasicorporations that constitute part of other subsidies on products as defined in ESA 2010 paragraph 4.35 (c) are not considered sales. Other subsidies on production (D.39) receivable (ESA 2010 paragraph 4.36) and other transfers from government are not taken in account. Therefore, any subsidy for which the total amount to be paid has been fixed ex-ante (possibly already partially or totally paid before the whole activity has been carried out) — generally in the context of global budget negotiations focusing on factors such as maintenance of buildings, investment in technical equipment, payment for compensation of employees etc. — must not be considered as ‘sales’ when applying the 50 % criterion”.

[6] Lees: overheidsdotaties.

[7] De Lijn, MIVB (Brussel) en TEC (Wallonië).

[8]“ 55.The market/non-market test should be applied by looking over a range of years on an individual institutional unit basis (even when entities are part of a group). In general, only when the market/nonmarket test holds above 50 % for several years (at least 3 years) or if, in some cases where the unit had passed the market/non-market test in year t-1 and it is strongly expected to hold it for near future, then the unit could be classified outside government. In some cases, when the unit had not passed the test for one year and it is expected not to pass it in the next two years, the unit should be immediately classified in the government sector. Minor fluctuations (or a result deemed to be a one-off exceptional case) in the ratio of sales to production costs from one year to another, do not necessarily need to result in a reclassification of institutional units (and of their local KAUs and output)” p.25.

[9] Zelfs al kan worden ontleend met gewestwaarborg is de rentekost hoger dan die van de Vlaamse gemeenschap. Dat is de reden waarom de sociale huisvestingssector en Scholen voor Morgen nu direct worden gefinancierd door de Vlaamse gemeenschap niet meer via leningen met gewestwaarborg.

[10] Voor zover de schuld van de gedeconsolideerde De Lijn zou moeten worden afgelost, zullen de daarvoor voorziene kapitaaldotaties de Vlaamse begroting belasten. Men kan er ook voor opteren om die schuld te herfinancieren op de kapitaalmarkt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s