IMF-rapport over België

Midden september werd het jaarlijks IMF-rapport over België gepubliceerd[1]. Dat is geen populaire lectuur. Zelfs onze kwaliteitspers en de VRT laten het grotendeels onvermeld passeren. Dat hiaat willen wij graag opvangen.

Zoals zovelen beaamt het IMF dat de COVID-steunmaatregelen[2] in 2020-2021 nodig en gepast waren om erger te voorkomen. De vraag is wat met de daardoor veroorzaakte budgettaire krater en sterke schuldaanwas moet gebeuren.

Gezien het herstel “verzekerd” is[3], zou het begrotingsbeleid zich vanaf 2022 moeten richten op het herstel van de budgettaire buffers. Bij constant beleid zou het structureel tekort toenemen van 2% in 2019 tot 5 % in 2026[4] ondanks een laagrenteklimaat. De publieke schuld zou toenemen van 98 % van het BBP in 2019 tot 121 % in 2026[5].

In het federaal regeerakkoord is er afgesproken om jaarlijks een vaste saneringsinspanning van 0,2 % van het BBP te doen aangevuld met een variabele inspanning afhankelijk van het groeitempo. Rekening gehouden met economische vooruitzichten zou dat een jaarlijkse inspanning van in totaal 0,4 % van het BBP inhouden in de periode 2022-2024. Zelfs als dit in de praktijk zou worden gerealiseerd, dan nog zou de schuld niet stabiliseren.

Een meer ambitieuze inspanning is noodzakelijk volgens het IMF: in 2029 zou een structureel evenwicht moeten worden bereikt. Daarom zou in de periode 2022-2029 jaarlijks een sanering van 0,7 % van het BBP moeten worden gerealiseerd[6]. Bemerk dat dit toevallig overeenstemt met wat de Europese budgettaire regels oplegde voor deze tijdelijk werden bevroren.

Als het de bedoeling is om de omvang van publieke investeringen duurzaam te verhogen dan dient de ombuigingsruimte nog groter te zijn om daarvoor budgettaire ruimte scheppen. In het federaal regeerakkoord wordt voorgehouden om de publieke investeringen te verhogen van 2,5 % naar 4 % van het BBP in 2030. Eerst kan dit worden gerealiseerd via de transfers in het kader van de EU-faciliteit voor herstel en veerkracht. Vanaf 2027 vallen die weg zodat bijkomend 0,2 à 0,3 % van het BBP nodig is om dat doel te realiseren.

Het IMF wijst op een structureel tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans en een overwaardering van reële effectieve wisselkoers met 4,3 %.


[1]IMF, BELGIUM STAFF REPORT FOR THE 2021 ARTICLE IV CONSULTATION, 15.9.2021.

[2] 4,7 % van het BBP in 2020 en 3% in 2021.

[3] In 2022 is de negatieve outputgap klein geworden en in 2023 verdwenen De outputgap is een indicator voor de stand van de conjunctuur van een land. Het is het procentuele verschil tussen het feitelijke en potentiële bbp.

[4] Dat is niet alleen te wijten aan grotere vergrijzingskosten en de COVID-crisis, maar ook aan recent besliste uitgavenhogingen die structureel zullen wegen op de toekomstige begrotingen. Het IMF wijst erop “Real social benefit increases are governed by a 2005 agreement (het z.g. generatiepact van Verhofstadt) and exceed (projected) productivity and wage growth, adding to aging-related pressures”.

[5] 114% in 2020.

[6] Wat minder in 2022 (0,5 % van het BBP), maar meer in 2023 (0,8 %) en 2024 (0,9 %).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s