Blauwdruk of flauwe afdruk?

In juli publiceerde Vincent Van Pethegem, Vice-eerste minister en minister van Financiën een Blauwdruk voor een bredere fiscale hervorming. Vooraf had een werkgroep onder de leiding van Mark Delanote, een Algemene visienota met betrekking tot de bredere fiscale hervorming neergelegd. Een vergelijking tussen beiden leert dat tussen de korte tocht van visie naar blauwdruk al een aantal zaken verloren gaan.

Elke vorm van vergoeding voor arbeid wordt op dezelfde wijze belast

Voor Delanote moet elke vorm van vergoeding voor arbeid (onafhankelijk van het statuut, de benaming of de juridische ondernemingsvorm) op dezelfde wijze worden belast. Vergoedingen voor arbeid moeten worden toegerekend aan de natuurlijke persoon die de arbeidsprestaties levert en dienovereenkomstig moeten worden belast, zelfs indien deze prestaties geleverd worden via een rechtspersoon.

“Er moet vermeden worden dat inkomsten uit activiteiten oneigenlijk geconverteerd worden in vermogensinkomsten, waarop een ander heffingsregime van toepassing is. Een dergelijke conversie kan zich in verschillende situaties voordoen, maar wordt vaak het scherpst gesteld bij de zogenaamde fiscaal geïnspireerde vervennootschappelijking”. Delanote suggereert een aantal maatregelen, waaronder: ” Er kan ook overwogen worden om het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting van 20% te schrappen. Een dergelijk verlaagd tarief moedigt de vervennootschappelijking aan en leidt daarenboven tot een distorsie tussen “kleine” en “grote” ondernemingen, hetgeen meteen ook leidt tot de kleine ondernemingsval. De in de vennootschapsbelasting ingebouwde progressiviteit houdt voorts geen verband met enig herverdelingopzet”.

Wat stelt Van Peteghem voor: “we verlagen de vennootschapsbelasting voor kmo’s van 20% naar 15%. Daarnaast verhogen we de belastingschijf waarop dit verlaagde tarief van toepassing is van 100.000 euro naar 200.000 euro”. Dat gaat de fiscaal geïnspireerde vervennootschappelijking juist stimuleren.

Maaltijdcheques

Delanote stelt terecht dat elke vorm van activiteitsinkomen op dezelfde wijze moet worden belast. “Dit betekent dat het bestaan van allerhande ad hoc vrijstellingen volledig in vraag moet worden gesteld (bv. maaltijdcheques, sport-, cultuur- en ecocheques)”.

Dat vindt Van Peteghem ook maar hij maakt voor maaltijdcheques een uitzondering “omdat ze voor veel gezinnen elke maand een financieel houvast zijn”.

Bedrijfswagens

Delanote neemt nota van de recente regeringsbeslissing om het bedrijfswagenpark te vergroenen. “Deze maatregel moet op termijn echter veeleer beschouwd worden als een ‘transitiemaatregel’ die ertoe strekt de vergroening van het wagenpark te versnellen. Eenmaal deze maatregel zijn effect heeft bereikt, verdient het aanbeveling de waarderingsregel dermate te heromschrijven dat ook voor de bedrijfswagen het ‘reële’ voordeel in aanmerking wordt genomen”.

Van Peteghem houdt het bij het status quo.

Lasten op consumptie

Delanote meent terecht dat: “er moet zoveel als mogelijk een gelijke consumptiebelasting nagestreefd worden op verschillende goederen en diensten, onder voorbehoud van indirecte belastingen die indirecte effecten neutraliseren (bv. milieubelastingen, tabak, alcohol,…)”.

De BTW efficiëntie[1] in België ligt zeer laag. Er is dus veel ruimte om hieraan te remediëren door b.v. het opheffen van bestaande vrijstellingen en het optrekken en convergeren van de verlaagde tarieven.

Voor Delanote rijst “de vraag of de beide verlaagde tarieven moeten worden afgeschaft. Dit kan logisch lijken vanuit een efficiëntie-oogpunt. Vanuit herverdelingsoogpunt wordt soms ook betoogd dat een verlaagd tarief op basisgoederen moet gehandhaafd worden. Dit wordt evenwel in de economische literatuur tegengesproken. Het is efficiënter om te herverdelen via de inkomstenbelasting, eerder dan sturend op te treden in de consumptiebelastingen.

Toch blijft een verlaagd btw-tarief in bepaalde gevallen nuttig, zoals voor arbeidsintensieve diensten (vaak gevoelig voor fiscale en sociale fraude) of voor mobiele goederen en diensten wanneer buurlanden eveneens voorzien in een verlaagd tarief”.

Wat betreft de enkele producten onderworpen aan het nultarief stelt Delanote een herevaluatie van het nut en de opportuniteit voor om na te gaan of er geen meer gepaste en gerichte maatregelen kunnen worden genomen om de vooropgestelde doelstellingen te bereiken.

Wat stelt Van Peteghem voor:

“-We harmoniseren onze verlaagde btw-tarieven van 6% en 12% in een nieuw btw-tarief van 9% en behouden het normale btw-tarief van 21%.

-Onze fiscaliteit mag de toegang tot gezonde voeding, medische verzorging, noodzakelijke hygiëneproducten en openbaar vervoer niet belemmeren. We verlagen het btw-tarief voor groenten en fruit, geneesmiddelen, luiers en andere producten voor intieme hygiënische bescherming, en door de overheid georganiseerd of gesubsidieerd personenvervoer naar 0%”.

Wat baten kaars of bril als de uil niet zien en lezen wil.

Kilometerheffing

Delanotte stelt vast dat de energiebelastingen in België in belangrijke mate gerelateerd zijn aan transport (benzine en diesel). De vergroening van de transportsector (elektrificatie) zal op termijn onvermijdelijk leiden tot een fundamentele verlaging van de accijnsinkomsten.

De Nederlandse regering heeft het voornemen geuit om vanaf 2030 een kilometerheffing in te voeren om de overheidsinkomsten uit autobelastingen op peil te houden.

Voor Van Peteghem bestaat dit probleem niet of zijn het zorgen voor later.

De slechte apostel van de bredere fiscale hervorming

Hier werden slechts enkele van de opvallende afwijkingen tussen de nota van Delanote en de nota Van Peteghem geschetst. Men zou haast vergeten dat Delanote in opdracht van Van Peteghem heeft gewerkt.  Het waarom van die afwijkingen worden niet of nauwelijks beargumenteerd. “Een belastingstelsel dat in zijn coherentie en globaliteit de kenmerken van een ‘goede belasting’ uitstraalt”[2] zal niet voor morgen zijn.


[1] Deze inefficiëntie blijkt inzonderheid uit de ‘VAT-revenue ratio’. Deze geeft de verhouding tussen enerzijds de werkelijk geïnde btw en anderzijds de theoretisch inbare btw, mochten alle verkopen van goederen en diensten worden onderworpen aan het normale btw-tarief en alle btw over deze verkopen daadwerkelijk worden geïnd (i.e. de maximale theoretische btw-opbrengst bij veralgemeende belastingheffing aan het normale btw-tarief).

België heeft een VAT- revenue ratio van slechts 47% (2018, laatst bekend cijfer, in 1980 was dit 61%, in 2006 was dit 51%). Dit betekent dat op elke 100 euro verkochte goederen en diensten waarop in een zuiver btw-systeem 21 euro btw zou moeten drukken, de consument gemiddeld slechts 10 euro btw betaalt. In andere Europese landen is de VAT- revenue ratio beduidend hoger: NL: 53%, DE: 57%, SE: 59%, DK: 62%. Het OESO-gemiddelde blijft sinds 2016 stabiel op 56%.

Onverminderd het nemen van maatregelen die de compliance verhogen, kan de VAT-revenue ratio worden verbeterd door het aantal goederen en diensten onderworpen aan verlaagde btw-tarieven en btw-vrijstellingen te verminderen,

[2] Delanote, p.131.

Advertentie

Een gedachte over “Blauwdruk of flauwe afdruk?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s